Informatie
AIDS (=Acquired Immunodeficiency Syndrome)
Algemeen
AIDS (acquired immunodeficiency syndrome) is een dodelijke ziekte die wordt veroorzaakt door het humaan-immunodeficiëntievirus (HIV). Door cellen van het menselijk immuunsysteem te vernietigen of te verzwakken, ondermijnt HIV geleidelijk het vermogen van het lichaam om infecties en bepaalde zeldzame vormen van kanker te bestrijden.
De naam AIDS verwijst naar het laatste stadium van een HIV-infectie. Mensen met AIDS zijn erg vatbaar voor infecties. Micro-organismen die bij gezonde mensen doorgaans geen ziekteverschijnselen teweegbrengen, kunnen voor Aids-patiënten levensbedreigend zijn.
De vier stadia van een HIV infectie
Het verloop van de ziekte is per patiënt verschillend. De tijd tussen het moment van de besmetting en het optreden van de ziekte kan uiteenlopen van 6 maanden tot vele jaren. Seropositief ben je als het virus is binnengedrongen, je antilichamen gemaakt hebt tegen het virus maar nog niet ziek bent
De onderverdeling in vier stadia komt van het Center for Disease Control (CDC) in de Verenigde Staten. Deze indeling zegt echter niets over de volgorde of duur van elk stadium, soms wordt een stadium overgeslagen of zijn de verschijnselen zo mild dat ze niet worden opgemerkt. Deze indeling wordt algemeen aanvaard.
Indeling:
o Eerste of acute fase; CDC 1
Deze vindt meestal plaats kort na de infectie maar niet iedere geïnfecteerde maakt deze door.
De verschijnselen zijn die van griep (koorts, hoofdpijn, keelpijn, misselijk, lusteloosheid, huiduitslag en neurologische verschijnselen). Meestal duren deze verschijnselen maar kort en verdwijnen vanzelf. Sommige mensen kunnen er erg ziek van worden.
o Tweede of A-symptomatische fase; CDC 2
Tijdens deze periode kunnen er wel antistoffen aangetoond worden bij de drager van het virus maar zijn er geen klachten. Dit is de A-symptomatische fase en is een klachtenvrije periode. Dit stadium kan jaren duren. Deze mensen zijn dragers van het hiv virus en kunnen het virus overdragen aan anderen.
o Derde of Lymf Adenopathie Syndroom (LAS); CDC 3
Las is een verouderde term, men spreekt tegenwoordig ook wel van Persisterende Gegeneraliseerde Lymfadenopathie (PGL). Deze fase treedt in wanneer de lymfeklieren op verscheidene plaatsen in het lichaam gedurende meer dan drie maanden duidelijk opgezet zijn. Hiervoor is dan geen andere aanwijsbare oorzaak dan de hiv-infectie. De opgezette klieren zijn meestal niet pijnlijk en er zijn geen andere klachten. Dit verandert drastisch als de drager van het hiv-virus in de vierde fase komt.
o Vierde fase of Aids Related Complex (ARC)
o Fase CDC 4A
Bij ARC treed een complex van symptomen op, waarvan chronische moeheid en lusteloosheid de belangrijkste zijn. Daarnaast is er vaak sprake van hoge koorts, 's nachts zweten, diarree en lymfadenopathie. Deze ziekteverschijnselen kunnen lange tijd bestaan, waarbij goede en slechte perioden elkaar afwisselen.
Fase CDC 4A gaat gepaard met chronische diarree, dit is het hiv-wasting syndroom, hierbij verliest de patiënt onvrijwillig 10% van zijn oorspronkelijke lichaamsgewicht of meer dan 7 kilo in een zeer korte tijd.
o Fase CDC 4B
Neurologische aandoeningen: zenuw en hersenaandoeningen, inclusief dementie, ook Aids Dementie Complex (ADC) genoemd.
o Fase CDC 4C
Opportunistische infecties, bv. Longontsteking, ontstekingen van de slokdarm, infectie door CytoMegalie Virus (CMV).
Andere ziekten die bij hiv-infecties veel voorkomen zijn: gordelroos, Salmonella infecties, longtuberculose, terugkerende longontstekingen en baarmoederhalskanker, Herpes Zoster in meerdere dermatomen, orofaryngeale Candidiasis (schimmel).
o Fase CDC 4D
Bijzondere soorten kanker, zoals Kaposi Sarcoom (KS), en Non-Hodgkinlymfoom (NHL), primair intracerebraal lymfoom.
o Fase CDC 4E
Een kleine restgroep van klachten die hierboven niet genoemd zijn en hiv-gerelateerde aandoeningen zijn oa tekort aan bloedplaatjes (Auto-Immuun-Trombocytopenie)
Overdracht van het HIV
Het virus kan op verschillende manieren van de ene mens op de andere worden overgebracht nl door sexueel contact, door contact met besmet bloed en van moeder op kind.
Behandeling
Twintig jaar nadat in de Verenigde Staten aids voor het eerst werd ontdekt, is er veel vooruitgang geboekt op het gebied van behandeling van de hiv-infectie met hiv-remmers. Deze zijn in veel gevallen in staat de ziekte aids te voorkomen of uit te stellen.
Een betaalbaar, veilig en effectief vaccin dat een hiv-infectie kan voorkomen is uiteindelijk de enige echte oplossing, maar dat zal waarschijnlijk pas over meer dan tien jaar beschikbaar zijn.
HIV is een retrovirus. De virusremmers die gemaakt zijn om de werking van het HIV tegen te gaan, heten de antiretrovirale geneesmiddelen of ARVs.
Deze komen voor in een verscheidenheid van formulaties met de bedoeling tussen te komen in de verschillende stadia van de levenscyclus van het HIV. Het Aids-virus muteert snel en wordt resistent aan geneesmiddelen.
Om dit te vermijden, wordt een combinatietherapie aangewend van virusremmers.
Sinds 1995 bestaat de behandeling van een hiv-infectie uit een combinatie van drie hiv-remmers (triple-therapie). In veel gevallen weet deze therapie de vermenigvuldiging van het virus in te dammen en het ziekteproces te vertragen. Deze geneesmiddelen hebben echter bijwerkingen er bestaat gevaar dat het virus resistent wordt. Om dit laatste te voorkomen is het van het grootste belang dat de medicijnen precies volgens schema inneemt.
Bijwerkingen
De huidige behandeling, die levenslang duurt, is lichamelijk gezien erg zwaar omwille van de grote aantallen medicijnen die per dag dienen ingenomen te worden. Er zijn heel vaak bijwerkingen. Veel mensen kunnen de medicijnen niet verdragen. Een aanzienlijk deel van de gebruikers krijgt klachten.
Bijwerkingen die vaak in het begin van de behandeling optreden, zijn:
o Misselijkheid
o Braken
o Diarree
o Huiduitslag.
Ernstige bijwerkingen op lange termijn:
o problemen rond de vetverdeling (lipodystrofie): lichaamsvet kan zich gaan verplaatsen naar plekken waar je normaal geen vet hebt.
o mogelijk meer kans op hart- en vaatziekten
o problemen rond de mitochondriën: mitochondriën zorgen in alle cellen voor de productie van energie en daardoor vormen ze de belangrijkste schakel in de stofwisseling van de cel. Aantasting van deze mitochondriën betekent automatisch een ernstige inbreuk op deze stofwisseling dit heeft extreme moeheid tot gevolg.
o meer kans op botontkalking (osteoporose)
Behandeling in ontwikkelingslanden vergt een brede en dure aanpak
Mensen die met HIV moeten leven hebben nood aan een goed zorg- en ondersteuningsprogramma. Dit betekent zowel psychosociale steun als een behandeling voor de gewonere infecties die de aids-patiënt oploopt.
doordat het immuunsysteem ondermijnd is. In het laatste levensbedreigend stadium heeft de patiënt ook antiretrovirale (ARV) geneesmiddelen nodig.
Jammer genoeg heeft het merendeel van de wereldbevolking geen toegang tot deze diensten en medicijnen. Het is een doel van de hulporganisaties wereldwijd om toch deze mensen te kunnen bereiken en behandelen.
Aids-gerelateerde zorg en ondersteuning zijn sleutelelementen in de respons op de epidemie die zich voordoet. Niet alleen omdat het de mensen zelf helpt die met HIV moeten leven. Het helpt ook de sociale en economische impact van de epidemie te reduceren en de HIV preventie te stimuleren.
De introductie van de antiretrovirale geneesmiddelen in 1996 heeft de behandeling van HIV en AIDS getransformeerd omdat het de levenskwaliteit en de –duur van de patiënt aanzienlijk verbetert op de plaatsen waar de geneesmiddelen beschikbaar zijn. Antiretrovirale geneesmiddelen genezen jammer genoeg niet. Van zodra de behandeling verstoord wordt, kan het virus weer actief worden. De behandeling is dus levenslang.
Niettegenstaande de prijs van de ARV’s de laatste jaren significant gedaald is (door de komst van generieken), blijft de kostprijs een obstakel in de ontwikkelingslanden. De gezondheidsinfrastructuur die de geneesmiddelen moet verdelen, faalt op veel plaatsen. Van de geschatte 6.5 miljoen mensen die nood hebben aan ARV’s (juni 2006) hebben 1.65 miljoen mensen toegang tot een ARV behandeling in landen met een laag en midden inkomen (WHO, Juni 2006).
De toegang tot geneesmiddelen hangt niet alleen af van financiële of menselijke bronnen. Het hangt ook samen met het feit dat mensen die deze nodig hebben zich vaak niet bewust zijn van hun HIV-status en niet op de hoogte zijn van een mogelijke behandeling. Het wereldwijd informeren en opleiden is dus een belangrijk gegeven. En in de eerste plaats de aids-preventie.
Behandeling van HIV en AIDS bij kinderen
Tegen het eind van 2005 waren er 2.3 miljoen kinderen onder de vijftien jaar die met HIV leven. De meeste van deze kinderen hebben het virus opgelopen via hun besmette moeders tijdens de zwangerschap, geboorte of borstvoeding. Het verzorgen van kinderen met Aids vormt een bijzondere uitdaging.
Veel van de medicijnen die gebruikt worden voor de behandeling van aids (met ingbegrip van de antiretrovirale geneesmiddelen) zijn niet voorhanden in pediatrische formuleringen. Dit vormt een moeilijkheid voor de geneesheren om de juiste geneesmiddelen voor te schrijven en voor de zorgverstrekkers om de juiste dosis toe te dienen.
Kinderen zijn bovendien afhankelijk van volwassenen om toegang te hebben tot een behandeling en deze te kunnen volhouden. Dit vraagt ook heel veel engagement van de ouders of opvoeders die vaak ook andere drukke verantwoordelijkheden hebben.
Eveneens een belangrijke vraag is in hoeverre een kind met Aids moet geïnformeerd worden over zijn status en in hoeverre hij inspraak kan krijgen in de beslissingen en practische aanpak van zijn behandeling.
Nu er meer en meer antretrovirale geneesmiddelen ter beschikking zijn in de ontwikkelingslanden, moet er een extra inspanning geleverd worden om deze tot bij de kinderen te krijgen zodat ze niet verwaarloosd worden doordat ze zo moeilijk te bereiken zijn.
Aidspreventie
We weten dat HIV wordt overgedragen via sexueel contact, via besmet bloed en van moeder op kind. Een besmetting met het HIV is in vergelijking met andere virussen vrij eenvoudig te voorkomen. Het gebruik van het condoom blijft voorlopig de belangrijkste preventiemaatregel. De wetenschap blijft zoeken naar vaccins en nieuwe preventiemiddelen, maar die resultaten zijn nog niet voor morgen.
bronnen:
Microbiology, an introduction. Tortora, Funke, Case
http://www.wvac.nl
http://www.sensoa.be
http://www.soaaids.nl
http://www.unaids.org/en/
http://www.aidsenhiv.nl/
http://www.ugent.be/