Home

Reisverhaal Wim 27/12/2007 – 4/1/2008

Download verslag

Inleiding

Een aantal koppels trekken in het najaar 2006 en voorjaar 2007 richting Addis Abeba. Bestemming: de ontdekking van een stukje nieuw leven. We hebben allemaal een Ethiopisch kindje geadopteerd en eindelijk is het moment aangebroken dat we zuidwaarts kunnen trekken.

Aangekomen in Addis Abeba gaat al onze aandacht naar die kleine spruit en naar de intrede van het kind in ons gezinnetje. Ondertussen kunnen we een heel boek schrijven over de avonturen van onze pruts, toch is dit niet het verhaal dat we hier willen brengen, maar het is wel de aanleiding voor hetgeen volgt. Want tijdens deze bijzondere reis verblijven we bij mensen, in een cultuur, in een land met wie en waarmee je zo sterk geconfronteerd wordt dat zij ons nooit meer loslaten.

In de tweede helft van 2007 komen we een aantal keren samen met de ouders waarmee we contact hielden sinds onze adoptie. We opperen het idee iets te doen in of voor Ethiopië. Na vele aangename vergaderingen en na afspraken met organisaties die reeds in Ethiopië werken, krijgt het idee meer vorm. Het lijkt ons realistisch om in de eerste plaats een of meerdere bestaande projecten te steunen en pas op langere termijn uit te kijken naar een project dat we zelf kunnen begeleiden en opvolgen in Ethiopië. Bovendien wensen we de mensen in België bewust te maken van de problematiek in Ethiopië.

Op 10 december 2007 heb ik een afspraak met Gust. Gust is de oprichter van Siddartha. Siddartha is sinds 2000 actief in Ethiopië met projecten die mensen steunen in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid. Tijdens een lang verkennend gesprek vertel ik Gust wat onze plannen zijn en stelt Gust ons voor Little Heaven Second House te financieren. Gust vertelt me dat hij elke 6 weken naar Ethiopië gaat om de projecten daar op te volgen. Ik vraag hem of en wanneer ik hem zou kunnen vergezellen. Het kan tijdens de eindejaarsfeesten 2007-2008 of in juli 2008. Dit is een kans die ik niet zomaar opnieuw zal voorgeschoteld krijgen.

Na overleg met Virginie, beslis ik mee te gaan tijdens de eindejaarsfeesten. Dit wordt een emotioneel zware maar onbeschrijflijk verrijkende ervaring. Hieronder probeer ik jullie een beeld te schetsen van hetgeen we daar hebben gezien en beleefd.

Dagboek van de reis

26 december, net voor ik vertrek vieren we nog samen de verjaardag van Zoé voor de volgende dag. Het is een moeilijk afscheid. Het vliegtuig van Ethiopian Airlines vertrekt rond 22u vanuit Brussel, met een tussenlanding in Frankfurt. Daar blijven we 50 minuten langer dan voorzien aan de grond en stroomt het vliegtuig vol mensen. Zit de eindejaarsperiode daar voor iets tussen? De gevolgen van een overvol vliegtuig: een hele nacht rechtzittend slapen, hum, niet echt wat ik gewoon ben. Nu ja, veel slapen zit er niet in. Laten we zeggen van 1u in de ochtend tot het moment dat je volgens de stewardess klaar bent voor een ontbijt: 4u?

27 december, Alex, onze gastheer toen we Matteo adopteerden in april,  komt me ophalen aan de luchthaven. Gust, zijn broer en schoonzus hebben de dagvlucht naar Addis met Lufthansa. Dit betekent dat ik de hele dag met Alex op stap ben. Eerst zullen we maar de bagage afzetten in het huis waar ik de volgende week zal logeren. Nadien bezoek ik een project waarover Bram al wat informatie had ingewonnen in België: een kliniek gesticht door Abebech Gobena. Ik heb er geen idee van waar het zou kunnen liggen in Addis. Na een aantal telefoontjes door Alex komen we na een uurke toch aan op ongeveer 1 km van het huis van de broeders. Ik word er ontvangen door de directeur. Het ligt er heel keurig en netjes bij. Het is een heel complex: een kliniek voor basiszorg, een apart gebouwtje voor de kinderen met aids, een weeshuis in een deel van het gebouw en  verschillende lokalen waar cursussen worden gegeven. In een ander gebouw aan de overkant van de straat is er een opleidingscentrum voor meisjes en jonge vrouwen. Een ander gebouw met drie verdiepingen is in opbouw. Er wordt me gezegd dat een Japans fonds dit volledige nieuwe gebouw financiert. In de garage staat een ambulancejeep. Een tweede is in een container op weg vanuit Noorwegen. Ze doen hier prachtig gemeenschapswerk en daarvan hebben ze al heel wat mensen kunnen overtuigen. Abebech Gobena wordt gesteund door o.a. Oxfam, Lufthansa en Menschen für Menschen. Ik stel me de vraag of wij als beginnende organisatie hier een verschil kunnen maken. Toch zal de directeur ons een projectvoorstel doorzenden.

Het is ondertussen middag. Alex nodigt me uit bij zijn ouders. De mama van Alex heeft ook wel kennis van een aantal projecten die kinderen helpen. Het gaat voornamelijk over Primary schools (Kleuteronderwijs). Samen met haar ga ik er eentje bezoeken dat ze zelf heeft opgericht, de Berhan Kintergarten School in de buurt van het Amba (het weeshuis waaruit onze kinderen komen). Alle kinderen die hier schoollopen betalen inschrijvingsgeld. De nadruk ligt op het voorbereiden van de kinderen op de basisschool. Ze zegt me zelf dat dit niet het project is dat we zouden moeten steunen. Maar een vriendin van haar is een aantal jaar geleden uit Addis weggetrokken om in haar geboorteplaats, Akaki Kality (20 km ten zuiden van Addis) iets gelijkaardigs te beginnen. Ik zeg haar dat dit me wel interesseert. Na het middagmaal met injerra vertrekken we richting Akaki.

Het is ongeveer een uurtje rijden. 40 min op geasfalteerde weg, 20 min om de laatste 2 km te overbruggen, zigzaggend over een weg vol putten en uitstekende stenen met de 13 jarige toyota corola van Alex. We komen er aan in een gemengde buurt. Een buurt met mooie nieuwe huizen maar ook met hutten uit golfplaten.

Askale ontvangt me met de mensen die in het schooltje werken en alle kindjes. Ze staan me op te wachten en zingen meer dan één welkomstliedje. Het is heel grappig om die schelle stemmetjes in koor te horen zingen, heel ontroerend ook. Ik voel me wel wat onwennig door al die vragende, soms bange, minioogjes gericht op die grote witte man. Askale leidt me rond in haar schooltje. Het is eigenlijk haar eigen huisje dat ze verbouwd heeft tot een schooltje voor de kinderen uit de buurt. Welja, verbouwd, eerder opgelapt om het de kinderen naar hun zin te maken. Hoe een geschilderde teletubbie heel charmant kan zijn.

Alles wat nog enigszins dienst kan doen wordt gebruikt, een krijtbord met een grote hoek eraf, of een kinderstoeltje zonder leuning en waarvan het zitvlak al zo is beschadigd dat het kindje dat erop moet zitten zich zeker al een aantal keren gekwetst heeft aan de houten splinters. De gaten in de golfplaten muren filteren het zonlicht in een twintigtal toegelaten zonnestralen. En het volledige schooltje staat op de begane grond, geen tegel of houten vloer, gewoon de aarde. Hum, dit moet wat geven in het regenseizoen...

In een heel vlot en goed gesprek vertelt ze me dat er 45 kleuters naar school komen, allen uit de buurt. De school moet hen voorbereiden voor de basisschool. Het inschrijvingsgeld is afhankelijk van het inkomen van de ouders 70, 35 of 0 Birr per maand (100 Birr is ongeveer gelijk aan 7 euro). De verdeling ‘relatief rijk', ‘middenklasse' en ‘arm' is ongeveer gelijk. Askale wil haar schooltje uitbreiden om meer kinderen die op straat leven te kunnen opvangen. Ze heeft al verschillende instanties en ambassades aangeschreven om meer middelen te krijgen. Telkens met negatief of helemaal geen antwoord. Ik heb de indruk dat we hier met weinig geld heel wat zouden kunnen doen. Ze gaat me via Alex een projectvoorstel zenden.

De weg van daarnet wordt in omgekeerde volgorde afgelegd, 20 min stenen en hobbels en 40 min asfalt richting Addis. Tegen 18u komen we aan het Amba (transithuis voor de adoptie-organisatie), waar ik ook nog een bezoekje gepland heb. Ik klop aan de gekende rode poort waar we zes maanden geleden verschillende keren kwamen. Ik verwacht net als toen een paar kindjes komen aangelopen en nieuwsgierig hun hoofd door een kiertje werpen. Onmiddellijk na me gezien te hebben moeten ze uiteraard snel terugrennen om een verantwoordelijke te halen. Die zijn er niet, wel een aantal verzorgsters. Ik geef hen de fotootjes van Ture en Fikru, een aantal t-shirts en pralines. De fotootjes vinden ze geweldig. Zaterdag zal ik hoogstwaarschijnlijk terugkomen, ik vraag hen om die boodschap door te geven aan Assafach, de verantwoordelijke voor het Amba.

Dan maar terug naar het huis van de broeders waar ik 's morgens m'n bagage had achtergelaten. Broeder Hugo ontvangt me en stelt me voor even uit te rusten vooraleer we tegen 23.00u Gust, Angèle en Jan halen aan de luchthaven.

Met twee wagens rijden Hugo, Firehun, Isayas en ik richting luchthaven, helemaal in het zuiden van Addis.

Er wordt nog wat gebabbeld met een cognacske en heerlijke Ethiopische koekjes.

28 december, de eerste afspraak gaat door in het hoofdkantoor, met Firehun (de hoofdcoördinator van Siddartha Ethiopian Development). Het gaat er voornamelijk over administratieve zaken. Er liggen een aantal fotoboeken over alle projecten en een catalogus met alle dingen die door de projecten worden geproduceerd. Het valt me op dat Siddartha in de verschillende projecten mensen van jong tot oud helpt.

We stappen de wagen in en rijden naar het eerste Siddartha-project dat we bezoeken, een opvanghuis voor 15 dakloze moeders en hun kinderen. Het is een intern programma, de kinderen slapen er met hun moeder in één bed. We worden ontvangen door de kinderen op het koertje voor het huis. Ze zijn allemaal op straat geboren. Het programma voorziet dat de kinderen worden opgevangen door een verzorgster waardoor de moeders de gelegenheid krijgen om een opleiding van één jaar borduurwerk en weven te volgen. In het huis wachten de moeders ons op, zij krijgen er les. Deze moeders zijn net ingestapt in het programma , ze gedragen zich heel bescheiden en verlegen.

Na de rondleiding met Firehun in en rond het huis rijden we naar een gelijkaardig project voor dakloze mannen. Het project is evenals het vorige gesponsord door de broeders van Glorieux. Deze mannen van 25 tot 35 jaar oud zitten in de laatste maanden van hun opleiding en zijn heel fier. Ze vragen met aandrang of we hen in hun werkzaamheden op de gevoelige plaat willen vastleggen. De orders worden met plezier opgevolgd. Als dit het resultaat is van een vormingsprogramma wat betreft het opbouwen van zelfvertrouwen?! Awel chapeau.

De projecten hebben als doel de mensen opleiding en vorming te geven met als doelstelling dat de mensen zich zelfstandig in de maatschappij kunnen manifesteren. De opleiding moet ervoor zorgen dat deze mensen aan het einde van het programma klaar zijn om zelfstandig te kunnen leven op basis van hetgeen ze geleerd hebben. Tijdens het programma wordt er geld gespaard voor elk van hen. Op het einde van het programma hebben ze in principe voldoende geld gespaard om een naaimachine te kunnen kopen.

In de namiddag bezoeken we Andinet. Het programma voor rioolkinderen loopt over 2 jaar. In een eerste jaar wordt hun zelfvertrouwen opgekrikt en discipline aangeleerd in een semi-speelomgeving, een circusschool. Tijdens het tweede jaar wordt hen een beroep aangeleerd, metaal- of houtbewerking. Na een korte stage in een onderneming zijn ze klaar voor de arbeidsmarkt en voor opnieuw zelfstandig te leven. De ontvangst is er allerhartelijkst met de typische Ethiopische begroeting, de knuffels. De jongens zijn uiterst open en vrolijk over onze komst en heel nieuwsgierig naar wat wij te vertellen hebben. Een jongen nodigt me uit naast hem te gaan zitten tijdens de korte welkomstceremonie voor iedereen. Nadien volgt de rondleiding door het huis waarbij vooral de slaapkamers een obligaat bezoekje zijn. Daar liggen meestal hun enige persoonlijke spullen.

Tijdens de vergadering tussen Gust en Wondu (de coördinator van het project) - Gust heeft tijdens zijn bezoeken aan de projecten telkens een vergadering van een uurke of meer met de projectverantwoordelijke om de budgetten en de planning te bespreken - worden de bezoekers (wij dus) vooraan op een bankje gezet voor een spelletje vraag en antwoord met de hele groep jongens. De gedachte flitst door m'n hoofd dat die jongens wel eens een voorstellingske willen van ons in plaats van dat zij een voorstelling moeten geven voor de bezoekers. Dus daar zitten we dan, Jan, Angèle en ik. Eerst stellen we ons voor. Nadien mogen de jongens vragen stellen nadat zij zichzelf hebben voorgesteld. Dat doen zij in het amhaars (de officiële taal in Ethiopië). Ashebir, hun leerkracht, vertaalt. Zij willen weten wat Siddartha in België doet, wat we doen als beroep,... De vraag of eerder de mededeling die ons heel hard aangrijpt en die ik niet zo snel zal vergeten, was na een hele lange uitleg in het amhaars met veel gelach ertussen en een korte vertaling in het Engels: "I would like to be you!"

Wat me opvalt en enorm aanspreekt in de interactie tussen Wondu, Ashebir enerzijds en de jongens anderzijds is het respect dat getoond wordt voor elkaar. Alles wordt uitgelegd, het is niet zomaar de coach zijn wil is wet, neen, er kan gediscussieerd worden en regels worden uitgelegd in een context en perspectief. Dit maakt het voor iedereen veel aanvaardbaarder. Het lijkt me heel bewonderenswaardig wat Ashebir en Wondu met die jongens bereiken.

Na een aangrijpend afscheid gaan we naar het tweede huis van het project waar de ateliers metaal- en houtbewerking en de hangar voor de circusschool zijn. De jongens zijn er niet omdat ze tijdens de laatste maanden van het programma stage lopen. Later tijdens onze reis komen we hier terug om de jongens te ontmoeten.

De eerste dag met Gust zit erop en ik ben er al helemaal ondersteboven van. Ik vraag me af wat Little Heaven dan zal zijn. Om dat te weten moet ik nog een paar dagen geduld hebben.

29 december, terwijl Jan en Angèle de Mercato bezoeken, trek ik naar het Amba. Ik neem een busje maar betaal wel de prijs van een gewone taxi terwijl die normaal ongeveer twintig keer goedkoper zou moeten zijn. Maar het was wel leuk. Ik ga te voet van de bakker op de Haile Gebre Selassie Road naar het Amba. Een half uurtje stappen in nostalgie en met hele fijne herinneringen aan de tijd die we hier eerder dit jaar doorbrachten toen we ons zoontje kwamen ophalen. Ik vraag me af of Assafach er zal zijn op zaterdagvoormiddag. De ontvangst is super. Weinab is er ook, de boekjes met foto's zijn goed toegekomen, ook de boekjes die we met een van de vorige Fiac-groepen meegegeven hebben. Uiteraard willen zij weten wat me naar Ethiopië brengt. Ik leg alles uit. Assafach is op zoek naar geldschieters voor een overheidsproject op het platteland. De filosofie erachter is meer projecten te steunen op het platteland waardoor Addis minder een aantrekkingspool wordt voor ontheemden. Ze geeft me een projectvoorstel mee.

In het Amba zijn er op dit moment weinig kinderen, wel 4 HIV positieve kinderen. Over het algemeen worden die kinderen naar de weeshuizen van de Sister of Charity gebracht.

Een taxi brengt me tegen de middag terug naar het huis van de broeders. De chauffeur was al aan het solliciteren naar een job als chauffeur in ‘your organisation'. Je moet die mens eens proberen uitleggen dat er op dat moment nog helemaal geen organisatie is. Maar de door ‘wishful thinking'-vertroebelde geest van de man werd niet bijgesteld zelfs niet na herhaaldelijke uitleg. Maar ik neem het de man uiteraard niet kwalijk. De werkloosheidsgraad in Ethiopië is tenslotte meer dan 70 %.

Na het middagmaal bezoeken we het project Wondata. Door de hoge bomen en de iets minder dichte bewoning lijkt het erop dat we aan de rand van Addis zijn, maar er wordt me verzekerd dat de stad nog een eindje verder loopt. Wondata is een jeugdbeweging voor de kinderen van alleenstaande moeders die tot doel heeft jongeren iets bij te brengen over de Ethiopische cultuur. In een soort clubhuis kunnen ze beeldhouwen en tekenen, theater en traditionele dans aanleren en krijgen ze computerles.

Via het wondata-project worden ook een twaalftal voetbalploegen gesponsord. De jongens van de voetbalploegen zijn bijzonder fier op hun eigen ploeg. "We are the best" roepen ze. Het zijn één voor één allerschattigste ventjes. In het huis wacht ons een groot welkom. De ene na de andere vertoning met traditionele koffieceremonie (met écht gras), zelfgeschreven theater, moderne en traditionele dans,...

Na een tijdje is het ijs gebroken en willen ze alles weten. Ze moeten weten wie ik ben, of ik kindjes heb. Nadat ze de foto van Zoé (uit China) en Matteo (uit Ethiopië) hebben gezien begrijpen ze helemaal niets meer van adoptie. Nee, ze vragen me in de plaats: "different wife?" Hoe oud zijn Zoé en Matteo? Ze moeten weten of het water van de foto (ergens aan de zee in Frankrijk) ‘polluted' is. "How deep is the sea? What's the climat?" De interactie is ongelooflijk leuk. Lichamelijk contact is ook zo vanzelfsprekend, die komen bijna op je schoot zitten om hun eigen performance op de camera te kunnen zien. We brengen er een hele tijd door en het is ongelooflijk leuk. Ik wou er wel nog een aantal uren langer blijven.

's Avonds na het eten rijden we nog naar het tweede huis voor Andinet (rioolkinderen) om de jongens die stage volgen te ontmoeten. Na twee jaar is de tijd gekomen om het project te verlaten, maar ze uiten hun schrik tegenover Gust. Gust motiveert hen en legt hen de context uit. Het is niet dat ze er ineens helemaal alleen zullen voorstaan. Zij worden aangemoedigd om contact met het project te behouden. Maar deze reacties zijn uiteraard te begrijpen, nog nooit hebben die jongens een thuis gehad, en dan ineens is de tijd gekomen dat ze klaar zijn om hun eigen weg verder te gaan.

Morgen gaan we naar Little Heaven.

30 december, de ochtend beginnen we met een misviering in het tweede huis van de broeders. Het was Gust die voorging. Ik had hem gisteren gezegd dat ik er zeker bij wou zijn, maar dat ik niet naar de communie zou gaan. Hij lachte en zei me dat ik er hoegenaamd niet mee moest inzitten en dat ik maar moest doen wat ik zelf wou. Hier in Ethiopië was het nog maar 3de adventszondag. De homilie van Gust was verbluffend, bezinnend, inspirerend en met enige kritische opmerkingen naar religieuze paleizen. De advent in de christelijke leer is een tijd van voorbereiding, niet de voorbereiding van een koninklijk bezoek, maar een voorbereiding naar hergeboorte. In overeenstemming met het net voorgelezen evangelie van Johannes en met elke religie of spiritualiteit is het niet de bedoeling zich te omringen met de ‘winners' wat uiteraard het makkelijkst is, maar juist de bedoeling zich in te zetten voor de ‘verliezers' wat veel moeilijker is. Omdat ‘rijk' zijn precies betekent zich in te zetten voor en solidair te zijn met de ‘verliezers'. Je moet niet de paleizenbouwer zijn maar net de herder met de staf, een richtingaangever. Dat dit de enige manier is om ‘inner balance' te vinden voor jezelf. Vele keren ben ik naar misvieringen gegaan. Misschien is het omdat ik het toen niet begreep of misschien omdat het er niet aanwezig was, maar zo'n duidelijke boodschap heb ik er zelden gehoord. Deze mens heeft lef, maar vooral kan ik me vinden in al hetgeen hij gezegd heeft.

Nadien zeg ik Gust dat hij me ontroerd heeft en dat ik goed begrepen heb wat hij wou zeggen. Zijn antwoord was grappig: "ik weet niet zeker of de mensen die het moesten begrijpen, het goed begrepen hebben."

We rijden richting Little Heaven First House. Het is een weeshuis voor aidskinderen van 5 tot 10 jaar. Ondanks de uitleg van Gust, van Virginie vooraf en de informatie die ik opzocht heb ik geen idee wat ik moet verwachten. Zullen die kinderen ziek zijn in de zin dat ze in bed zullen liggen? Hoe zullen zij reageren op ons bezoek? Hoe ga je met de kinderen om?

Het wordt snel duidelijk wanneer de poort van Little Heaven opengaat. De kinderen in Little Heaven First House vliegen Gust om de hals en nadien de bezoekers. Een meisje stond er wat verweesd, schijnbaar emotieloos te kijken. Maar de aandacht van Gust doet haar terstond opbeuren. Met aan elke hand een kind worden we naar binnen geloodst om onder andere hun slaapkamers te tonen. Dezelfde reden als voorheen: dit is de plaats waar hun persoonlijke spulletjes bewaard worden. Veel kinderen hebben een soort herpesblaasjes op hun huid. Andere hebben lopende ogen en neus. Wat me ook opvalt is dat ze allemaal hoesten bij een lichamelijke inspanning. Aids is verantwoordelijk voor de aftakeling van het immuun-systeem waardoor de kinderen uiterst kwetsbaar zijn voor alle bacteriën waarmee ze in contact komen. Toch is de sfeer heel open en vrolijk. De kinderen zijn bijzonder blij met het kleurboek en de speelgoedjes die Gust voor hen meegebracht heeft. Als dank wordt hij overladen met tekeningen.

Dan volgt het middagmaal voor de kinderen. Er wordt een gebed opgedragen. Het is muisstil. Het gebed is universeel waardoor het door alle godsdiensten kan aanvaard worden. (Ethiopië is voornamelijk moslim en orthodox). Tijdens het middagmaal blijft het stil in de eetzaal. Geen gespannen stilte, eerder een rustige stilte. Die stilte staat in contrast met de drukte van voorheen en is daarom misschien extra confronterend en aangrijpend. Ik kan het niet zomaar doorgronden waarom ik mijn tranen niet kan bedwingen. Misschien door de tegenstellingen die door mijn hoofd flitsen? Vrolijk, opgewekt, levendig tegenover zoveel onmacht. De andere projecten waar toekomst wordt aangeboden tegenover het besef dat de toekomst voor de kinderen in Little Heaven veel beperkter is. Ik besef dat ik er niet zomaar zal achterkomen. Dit zal ik wel mijn hele leven meedragen. Hiervoor wil ik me inzetten.

Ik ga naar buiten en merk op dat er op de trap voor het huis nog drie volwassenen zitten snotteren. De kinderen sijpelen beetje bij beetje naar buiten om te spelen. Nog even is er tijd om te voetballen met de jongens en ballonnen te blazen met de meisjes. Er volgt een moeilijk afscheid. Maar we komen later in de week nog terug.

In de namiddag is er een samenkomst met 150 bejaarde daklozen gepland in een schooltje. Ze blijven op straat leven en slapen onder hun eigen soort dun tentzeil waar ze amper onder kunnen liggen. Ze wachten ons op in twee propvolle klasjes. Dikwijls zitten zij met drie op een kinderschoolbankje. Het project voorziet een eetmaal per dag voor die mensen. Tweemaal per jaar wordt er voor hen een extraatje voorzien. Gust gaat ze allemaal, één voor één persoonlijk begroeten, (voor hem minstens 4 Ethiopische knuffels). Wij volgen. Oké, toegegeven, je voelt je achteraf niet al te proper, maar die mensen hebben er enorm deugd van. Er zijn ook drie vreemde eenden in de klasjes, drie meisjes van rond de 13 jaar. Ze begeleiden hun mindervalide ouders die blind of slecht te been zijn. Ik zie nog een van die meisjes haar gekregen drankje in het flesje van haar mama gieten. Ongelooflijk dat het weinige dat ze dan krijgen nog wegschenken.

We trekken even later naar Little Heaven Second House. Het is een opvanghuis voor kinderen met aids tussen 10 en 15 jaar oud. Misschien ben ik nog wel benieuwder naar hoe het daar is omdat dit het huis en de kinderen zijn waarvoor we de steun mits het akkoord van Gust op ons zouden kunnen nemen. Het huis is gelijkaardig aan het vorige huis qua concept. Het is een alleenstaand huis met een grote koer rond, zoals er wel een aantal zijn in Addis. Vooraan is de slaapzaal van de 6 meisjes, achteraan die van de 6 jongens. Middenin zijn de leefruimte met een keuken en een kleine badkamer. Die laatste is niet in verhouding met de nood aan hygiëne die er is, zeker in de situatie van de kinderen. Hygiëne is voor hen van het allerhoogste belang om hen te vrijwaren van zoveel mogelijk infecties.

De ontvangst is er anders als in het eerste huis. Even enthousiast naar Gust toe, maar rustiger, serener. En naar de bezoekers is het uiteraard wel wat formeler, wat normaal is natuurlijk. Allen komen ze aandraven met tekeningen voor Gust. En Gust geeft hen op zijn beurt gezelschapsspelen. We worden uitgenodigd om de spelen die ze bij de vorige bezoeken hebben gekregen, met hen te spelen. UNO, vier op een rij, twister,... De kinderen hebben ook een traditionele groepsdans voorbereid. Op de koer voor het huis wordt het opgevoerd. De muziek wordt aangevoerd door de verzorgster in de keuken. Achter de hoge muren van het huis moet er wel gedacht worden dat er een heus feest aan de gang is. Nu ja, over burenlawaai wordt er in Addis niet veel geklaagd denk ik. Ook al begrijpen we er niet alles van, het is duidelijk dat er een verhaaltje wordt uitgebeeld. Het is heel mooi.

Vanaf het vorige bezoek van Gust wordt de kinderen een soort van budgetbeheer aangeleerd. Bij elk bezoek krijgen ze 30 Birr (2,5 eur) waarmee ze mogen doen wat ze willen. Maar ze moeten wel noteren in een schriftje wat ze wanneer gekocht hebben en of ze eventueel gespaard hebben. Daarover brengen ze nu verslag uit aan Gust. Heel enthousiast rennen ze naar binnen om hun schriftje te halen. Al even snel staan ze voor hem te drummen om aan de beurt te zijn. Grappig om te zien.

En uiteraard volgt het bezoek aan de slaapzalen. Weer aan beide handen begeleid door de kinderen worden we ernaartoe getrokken. Fier tonen ze welk hun bed is en welke knuffel van hen is. Overal moeten foto's gemaakt worden. En ze willen onmiddellijk het resultaat zien. Naar de meisjesslaapzaal dan. Hetzelfde ritueel. Ze willen met Angèle op de foto. Een meisje neemt me bij de hand en leidt me naar de woonplaats bij de anderen. Ze maant me aan te gaan zitten en geeft me een tekening. Ze wil dat ik m'n naam noteer in haar schriftje. Ik schrijf m'n naam en teken er het bloempje bij dat ik ook steeds voor Zoé teken. Het geluk straalt van hun gezichtjes bij de aandacht die ze krijgen.

Ondertussen is het ijs helemaal gebroken natuurlijk en heerst er een heel open sfeer. Maar we zijn al een uur of twee verder en de tijd is aangebroken om afscheid te nemen. Bij het afscheid hangen de kinderen rond onze nek en laten ze ons niet los. Dit vergeet ik nooit. Ik kan er niet aan denken dat bij een volgend bezoek misschien één van die kinderen er niet meer zal zijn. Het is moeilijk om die realiteit te aanvaarden.

's Avonds lig ik mijn verslag te schrijven in m'n bed, ipod in de oortjes, en ik bots op de tekst van een liedje ‘A Minor Incident' van Badly Drawn Boy:

There's nothing I could say to make you try and feel ok
And nothing you could do to stop me feeling the way I do
And if the chance should happen that I never see you again
Just remember that I'll always love you


I'd be a better person on the other side I'm sure
You'd find a way to help yourself
Then find another door
To shrug off minor incidents
Make us both feel proud
I'd just wish I be there to see u through


You always were the one to make us stand out in the crowd
Though every once upon a while your head was in a cloud
There's nothing u could never do to ever let me down
And remember that I'll always love you

 

31 december, het programma voor vandaag begint met een bezoek aan het project Ediget Fana, een project waar 150 alleenstaande moeders atelier volgen om te leren omgaan met een chinese Singer, schoenen te maken, juwelen te vervaardigen, borduren, weven,... Het heerst een heel optimistische sfeer. We zijn er net voor de koffiepauze. De mensen zijn heel leuk in de omgang en deinzen er niet voor terug grapjes te maken met je. De kindjes die er rondlopen zijn superschattig.

Voor de lunch brengen we nog een bezoek aan Andinet. We krijgen een uitgebreide voorstelling van hetgeen ze leren in de circusschool. Het is echt indrukwekkend. Als ik dit zou moeten doen, komen er ongetwijfeld ongelukken van. We moeten de truckjes met de borden, het jongleren,... ook proberen, maar ik breng er niet veel van terecht. Het is een moment dat wij die jongens ook eens kunnen doen lachen, met onze onkunde dan. Want ze vinden het wel grappig, maar willen toch dat we het leren.

Na de lunch volgt het bezoek aan Addis Hiwot project. De medewerkers begeleiden er  70 prostituees die ervoor kiezen een nieuw leven op te bouwen. Er heerst een bedrukte sfeer. Je weet uiteraard niet waaraan je je moet verwachten. Die vrouwen en meisjes hebben soms verschrikkelijke dingen meegemaakt. In één van de ateliers zitten meisjes patronen door te tekenen op calqueerpapier (jawel, het bestaat nog). Een meisje vraagt me of ik het ook eens wil proberen. Ok, ik vraag hoeveel minuten ik krijg om het motiefje helemaal door te tekenen. 2 minuten. Natuurlijk duurt het veel langer. Ondertussen zitten ze alle vier te gniffelen. Wanneer ik mijn pols een beetje draai om een kramp te laten wegebben liggen ze in een breuk van het lachen. Ik druk veel te hard op de stylo wordt me gezegd.

Op weg naar Little Heaven vertelt Gust wat er aan de hand was: de mensen in het project hebben beslist om een aidstest te ondergaan en blijkt dat 17 van de 31 van het eerste jaar seropositief getest zijn.

We brengen nog een blitzbezoek aan Little Heaven First and Second House. In het eerste huis hebben we wel tijd om op het tapijt met de kinderen liedjes te zingen, en naampjes te maken met de letters uit het alfabet.

In het tweede huis stoppen we snel, de kinderen zijn er huiswerk aan het maken en blijven geconcentreerd verder werken totdat het teken gegeven wordt dat ze ons mogen begroeten. We kunnen niet lang blijven en daardoor is er bijna geen tijd om afscheid te nemen.

1 januari, Debre Zeyt, (60 km ten zuiden van Addis Abeba), een project op het platteland. Er zijn varkens en er zouden gewassen moeten geteeld worden. Een zaaltje is ingericht als atelier met naaimachines. Het project loopt niet zo vlotjes. Op de terugweg hebben we een lekke band met de Toyota van Firehun. Niet echt te verwonderen als je ziet hoe weinig (of beter hoe onbestaand) profiel die banden hebben. Het reservewiel is er eigenlijk slechter aan toe, maar niet lek. En dat is wat ons interesseert. De vlakbij gelegen school is net in pauze, en we hebben relatief veel bekijks.

Tegen kwart na drie zijn we terug in Addis. We hadden gepland om het project van de toiletten-bouw in de krottenwijk te bezoeken maar Isayas is niet op appel. Oke, de uitgelezen kans om Little Heaven Second House nog eens te bezoeken. Gust stemt toe en Firehun brengt er ons heen. Het is een verrassingsbezoek. De kinderen zijn superenthousiast. We bekijken de foto's van de vorige keer en de andere projecten op m'n pc. Zij willen Little Heaven First House, Wondata en Andinet zien. Een aantal kinderen hebben een broertje of en zusje in First House. Er wordt heel wat afgelachen. Nadien wordt er gedanst, traditioneel (moeten we leren) en modern (moeten we luchtgitaren). Het is superleuk. Een meisje is te zwak om mee te doen, maar geniet zichtbaar van op een bankje. Ongelooflijk hoe vrolijk en uitgelaten ze zijn. Om tot rust te komen naar het einde van het bezoek laat ik nog 2 liedjes horen van Radiohead en Silversun Pickups.

Het is moeilijk om je emoties onder controle te houden, maar het lukt me. Het bezoek heeft me bijzonder goed gedaan en ik hoop voor de kinderen ook,  ik denk het wel. Ik heb het gevoel dat ik de kinderen nu zie als vriendjes, en dan is het natuurlijk normaal dat je in de korte periode in Ethiopië er zoveel mogelijk naartoe wil en dat je het beste met hen voor hebt. Er ligt daar ergens een stukje van m'n hart.

2 januari, het is vroeg opstaan om een ritje van 260 km richting westen te rijden naar Gubre en Dakuna. Het zijn twee dorpen. In Dakuna wordt een schooltje gefinancierd en kunnen 100 moeders gewassen telen, weven en rieten manden maken. We worden er bijzonder hartelijk ontvangen. In de polyvalente zaal van de school zitten wel 200 kindjes ons op te wachten. De koffieceremonie is aan de gang.

Een aantal kindjes staan klaar om een traditionele dans te demonstreren en voor ons zit een 3-jarige jongen die even later een blinde puzzel met alle landen van Afrika zal maken. Bij elk stukje van de puzzel proclameert hij het land en de hoofdstad. Er wordt gedanst en gezongen. Snoepjes uitgedeeld, koffie gedronken, gefeest. Het is onvergetelijk. Na het feest heeft Gust nog een afspraak met Aba Fikru, de coördinator van het project. Een zeer enthousiaste, goedlachse man, een Ethiopisch Gustje zou je zo zeggen. Wij mogen een wandelingetje maken in de buurt richting Addis. We moeten wel op de weg blijven want Gust en Firehun zullen ons later ophalen. De mensen die we tegenkomen zijn superenthousiast, willen met ons praten en begeleiden ons een hele tijd.

Na een hele tijd worden we opgepikt en rijden we verder richting Gubre. Daar is het welkom door de dorpskinderen heel enthousiast. Eerst bezoeken we het project en nadien worden we door de kinderen het dorp rondgeleid. Maar we mogen niet gaan waar we willen. Ik vraag „Why?‟ Het antwoord is duidelijk: „Why!‟. Ze zeggen me gewoon na. Een ander kindje zegt dan „Dirty!, No, No!‟ Na veel moeite geraken we terug in onze Toyota landcruiser voor een 12 km stofweg en 150 km asfalt richting oosten.

Terug in Addis is het al donker. Morgenavond vliegen we terug, na een rustig dagje winkelen op de beurs die speciaal voor het millennium is geïnstalleerd. Ethiopië heeft een andere jaartelling. Het jaar start in september en telt 13 maanden. Hopelijk duurt het minder dan dertien maanden voor ik terug voet op Ethiopische bodem zet.